Van 3-10 februari bezocht een delegatie vrijwilligers van Stichting Kinderen van Abong Mbang de projecten die we in Oost-Kameroen ondersteunen. Doel van deze jaarlijkse ‘field trip’: het evalueren van de projecten waar het geld het afgelopen jaar aan is besteed en het bespreken aan welke projecten en activiteiten we het komend jaar budget toekennen.

Bepakt met zo’n 250 kilo aan kinderkleding worden we in Abong Mbang warm onthaald door de Poolse zusters Nazariusza en Alice. Met deze zusters werken we al jaren succesvol samen. Zij zijn betrouwbare samenwerkingspartners om de door ons toegekende middelen voor projecten te beheren en te verdelen. De school St Aloys en de gezondheidspost (ook wel dispensaire) in Abong Mbang die we met de stichting ondersteunen, worden door de zusters ‘gerund’ en samen met de lokale bevolking verder doorontwikkeld.

De scholen van Abong Mbang staan tijdens ons verblijf volop in het teken van de Jour de la Jeunesse op 11 februari. Onder bezielende leiding van leraren bereiden leerlingen zich intensief voor op dans-, muziek- en toneelvoorstellingen die zij op de jaarlijkse feestdag gaan opvoeren. Ook wij krijgen hierdoor vele optredens en voorstellingen te zien. Het enthousiasme en plezier is mooi om te zien. Gedurende de week bezoeken we de school en bespreken uitgebreid met de leraren wat goed gaat en wat beter kan, waar behoefte aan is en met welke prioriteit. Om de school en gezondheidspost in breder perspectief te plaatsen bezoeken we ook een middelbare school en een ziekenhuis in Abong Mbang. Later in de week reizen we door naar Djouth, verder oostwaarts, waar we de plaatselijke gezondheidspost ondersteunen evenals vijf kleine Baka-scholen rondom Djouth.

Op bezoek bij de dispensaires
Bij de gezondheidspost in Abong Mbang zien we onder meer een ‘geoliede samenwerking’ tussen staf in de wachtkamer, waar de klachten van patiënten worden opgenomen, de arts in de behandelkamers en de apotheker. Een belangrijke bijdrage hieraan spelen de laptops waarmee zij met elkaar in verbinding staan via een modern patiënt-volgsysteem. Onze bijdrage hieraan werpt zijn vruchten af.  In schril contrast met de dispensaire staat het (staats)ziekenhuis van Abong Mbang waar we een rondleiding krijgen van de directeur. De gebouwen ogen goed maar basale voorzieningen als elektriciteit en stromend water ontbreken, waardoor goed functioneren van het ziekenhuis nagenoeg onmogelijk is. We zien er dan ook nauwelijks patiënten in tegenstelling tot de dispensaire, waar de wachtkamer vol zit. De directeur spreekt vol lof over de gezondheidspost. Het bevestigt het nut van onze steun aan het werk van het dispensaire. Toch blijft in algemene zin de drempel om naar een dokter te gaan – vanwege de kosten – voor veel mensen hoog. Het voortzetten van onze financiële bijdrage aan medicijnen voor de allerarmsten is voor ons dan ook prioriteit.

Bij de gezondheidspost in Djouth worden we rondgeleid door zuster Donata. De omstandigheden zijn hier duidelijk moeilijker dan in Abong Mbang. In Djouth is er geen betrouwbare elektriciteit, geen internet en geen stromend water. Ondanks de beperkte middelen, blijkt deze dispensaire een van de beste gezondheidsposten te zijn in de wijde omgeving. Er is een kraamkliniek en voor een grote groep mensen uit de omgeving levert Donata basisgezondheidszorg, namelijk jaarlijks zo’n 3.000 consulten. De administratieve handelingen en bureaucratie zijn echter enorm en zorgen voor frustratie. Prioriteit in onze bijdrage zijn duidelijk: we hopen een bijdrage te kunnen leveren aan de aanleg van elektriciteit, stromend water in de verloskamer en de aankoop van een brancard-motor voor bezoeken aan patiënten in de omgeving.

Op bezoek bij de scholen
Door de voorbereidingen op de Jour de la Jeunesse zien we dit jaar op de scholen niet veel lessen die we kunnen bijwonen.  Op school St Aloys in Abong Mbang spreken we wel uitgebreid met het hoofd van de school en de gedreven leerkrachten. Ook leiden zij ons rond en laten ons zien hoe de lesweek en de onderwijsplanning eruit ziet. We zien onder meer de werkschriften van de leerlingen die met onze bijdrage worden gefinancierd en een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van leren. Ook hier valt op hoeveel de leerkrachten moeten administreren.

Een van de prioriteiten hier is de restauratie van het dak van de lerarenwoningen (naast de school) en het investeren in zonnepanelen tbv elektriciteit voor de laptops en beamer in de bibliotheek van de school.

Ook brengen we een nuttig bezoek aan een middelbare school waar we uitgebreid worden rondgeleid en een aantal lessen zien. In het informaticalokaal zien we dat er voor een hele klas slechts vier computers beschikbaar zijn en concluderen we met de docent dat laptops uit Nederland hier van harte welkom zijn.

Rond Djouth bezoeken we later die week de vijf schooltjes voor met name Baka-kinderen die we met de stichting ondersteunen. De omstandigheden zijn primitiever dan in Abong Mbang. In een bijeenkomst met leerkrachten en ouders laten zij weten enorm blij te zijn met de kans die hun kinderen hebben om dichtbij huis onderwijs te volgen. Met veel waardering luisteren we ook naar de leraren die vertellen over hun lesmethode waarmee de kinderen op een speelse en afwisselende manier leren lezen, schrijven en rekenen. Geconcentreerd werken in lessen wordt afgewisseld met korte gestructureerde momenten van zingen, dansen en bewegen in de klas. Deze zogenaamde ORA-methode is inmiddels overgenomen door de St Aloys school in Abong Mbang. Het overgrote deel van de 250 kilo kleding die we hebben meegenomen verdelen we over de vijf scholen in de Baka-dorpen. Hier komt de verzamelde kinderkleding het beste op zijn plek.

Het was een boeiende en leerzame week die ons opnieuw heeft geïnspireerd om te blijven bijdragen aan projecten die het perspectief voor kinderen en hun families in Oost-Kameroen helpen te verbeteren.