Royale gift Carosi

In juni hebben we de overeenkomst getekend voor een aanzienlijke bijdrage van stichting Carosi. We ontvangen in 2017 en 2018 in totaal € 28.500. Sake Rijpkema reisde in februari met ons mee naar Kameroen. Als vertegenwoordiger van Carosi wilde Sake graag meer weten over onze projecten om te beoordelen of een bijdrage van Carosi aan ons werk mogelijk was.  En dan liefst een nuttige bijdrage voor iets wat binnen onze begroting onmogelijk is.

Verschillende opties heeft Sake bekeken en in overleg zijn bestuur heeft Carosi besloten een donatie te doen voor:

  • Renovatie van de woningen van de leraren in Abong Mbang
  • Aanschaf van een motor-ambulance voor de gezondheidspost in Djouth
  • Aansluiting water en elektriciteit voor de kraamkliniek in Djouth
  • Installatie zonnepanelen voor gezondheidspost in Djouth

We zijn enorm blij met deze royale gift.

Betere woonomstandigheden betekent dat leraren langer bij Basisschool St. Aloys blijven en dat verhoogt de kwaliteit van onderwijs.

Ziekenbezoek in de jungle rond Djouth wordt veel makkelijker nu we kunnen beschikken over een motor met zijspan met brancard. Dat redt levens!

Een kraamkliniek zonder water en elektra is ondenkbaar: eindelijk kunnen we de stap zetten naar een goed functionerende kraamkamer.

Zonne-energie is in Djouth onmisbaar: de elektriciteit is vaak afgesloten maar de patienten blijven komen. Met een nieuwe installatie met zonnepanelen en batterijen kan de gezondheidspost betere zorg bieden!

Carosi en met name Sake: dank dank dank! Deze gift betekent een grote stap voorwaarts in Abong Mbang en Djouth.

Koningsdag in het teken van Abong Mbang

Op Koningsdag 2017 heeft het Abong Mbang – team goede zaken gedaan. De verkoopopbrengst bedraagt iets meer dan € 700 !
Vooraf hebben meerdere mensen ons goede en gevarieerde spullen meegegeven.
Met koffie, koekjes, gebak, kinderspeelgoed, kleding, vazen, schilderijen, serviesgoed etc. was er veel belangstelling en een grote de aanloop bij onze kraam.
Verder de hele dag een lekker zonnetje en een gezellig team, kortom een geslaagde dag. Volgend jaar doen we dit zeker weer!

Blog: Toyotaland

Vandaag weet ik het zeker. Mijn nieuwe auto wordt een Toyota. Kameroen is Toyotaland. Niks Peugeot of Renault in de voormalig Brits-Franse kolonie. De Japanse auto’s domineren hier de wegen. Ze zijn niet stuk te krijgen. Hoewel, onze Toyota-bus waarmee we afgelopen week het land oostwaarts in trokken, bleek niet bestand tegen de gaten en hobbels op weg naar Djouth. Na een harde klap bracht chauffeur George de auto tot stilstand. We stapten een voor een uit om te kijken welk onheil ons had getroffen. Blikken onder de auto zagen dat de benzinetank was losgeschoten en vlak boven de grond hing. De technische blikken onder ons zochten, met de beperkte middelen die we hadden, naar een oplossing. Zij kropen onder de auto, liggend op de automatjes op het rode stuifzand van de weg. Ik hield mij wijselijk op gepaste afstand en bleef achter de auto staan om passerend verkeer te manen de snelheid aan te passen. Een poging om met touw de tank omhoog te houden, onder de auto door te halen en vast te binden aan de imperial op het dak was een dappere houtje- touwtje oplossing, die niet bleek te werken. Op de hobbels van de rode zandweg kwamen we al snel weer tot stilstand. Nu bij een kleine nederzetting langs de weg. Nieuwsgierige mannen keken naar de gestrande blanke reizigers pal voor hun huisjes. Een betere houtje-touwtje oplossing was nodig om ons verder te brengen naar Djouth. Net als bij de eerste reparatiepoging kropen de ‘technische koppen’ weer op hun matjes onder de auto. De  praktische George aan de ene kant van de auto en reisgenoot Boris, onze slimme TU-student, aan de andere kant. De overige reisgenoten keken samen met de dorpsgenoten toe in de schaduw van een grote boom, in afwachting van een nieuwe, ingenieuze vondst. En die vonden de mannen door de tank vast te binden met staaldraad, aangereikt door de toeschouwers uit het dorp. Vol bewondering keken wij naar de vlotte samenwerking tussen de chauffeur uit Kameroen en de student uit Delft. Boris vertrouwde ons toe dat de tank weer stevig was bevestigd. Vol spanning vervolgden we onze trip door de jungle. Voorlopig waren we er nog niet en de weg zou er niet beter op worden. Maar, de ingreep werkte en we haalden Djouth. Met een bezinetank, maar met een raampje minder. Om het lekker te laten doortochten reden we met de ramen open. Zodra er een tegenligger in aantocht was stoof er een enorme rode stofwolk op. Sein om onze raampjes snel dicht te schuiven om het stof enigszins buiten de deur te houden. Iemand riep ‘tegenligger’ en de raampjes werden gesloten. Het werd routine. Toen een grote truck aan kwam stuiven schoof ik opnieuw achteloos mijn raam dicht. Deze keer niet alleen schuivend maar ook iets te veel duwend. Mijn raam verdween naar buiten. “We lost a window George!”, riep ik onze chauffeur toe. Hij stopte en samen met een paar anderen liep hij enkele tientallen meters de weg terug, op zoek naar het raam. De vrachtwagen had de plek inmiddels gepasseerd maar toch had ik nog enige hoop dat het raam zou worden teruggevonden. George keerde terug met alleen het handvat. Het glas was verpulverd in duizenden splinters. De grappen waren niet van de lucht bij het hervatten van de trip, evenals het stof dat nu vrij spel had om de auto in te waaien. Net als de bomen en struiken die direct langs de weg groeiden, kleurden de tassen naast mij op de achterste bank van het busje binnen een mum van tijd rood van het stof.

Een dag later keerden we van Djouth terug naar Abong Mbang. George had de plek waar het raam zat strak afgeplakt met een stuk douchegordijn, doorzichtig met groene patronen erop. Beter voor de longen, maar beperkend voor mijn uitzicht. Al was ik natuurlijk de laatste die daar iets over zou mogen zeggen. Dezelfde malaise met de tank onder de auto voltrok zich op de terugweg. Nu begaf de ophanging aan de achterkant van de tank het. Boris stelde triomfantelijk vast dat de voorzijde van de tank in ieder geval nog stevig vast hing na de reparatie van de dag ervoor. Die beproefde oplossing was nu het recept voor het opnieuw bevestigen van de achterkant van de tank. Dit keer met ijzerdraad dat George, met vooruitziende blik, voor vertrek had meegenomen uit Djouth. Het vastmaken lukte opnieuw, maar de ongerustheid tijdens het vervolg van de terugreis was groot. George reed – zeker voor zijn doen – rustiger en manoeuvreerde de bus behendig langs de hobbels en gaten. De opluchting was groot toen we enkele uren later bij Dimako de verharde weg bereikten. Zeker bij George, die verzuchtte dat hij vandaag niets liever had gewild dan in elk geval dit punt te halen. Opgelucht zette hij de auto langs de weg, veegde het zweet van zijn voorhoofd en stak een sigaret op. Na een korte pauze reden we als een zonnetje verder over de verharde weg naar Abong Mbang. Onder de volle maan stuurde George aan het begin van de avond de gehavende bus het pad van het klooster op. We waren weer veilig op onze basis.

Het was duidelijk dat we geen beste bus hadden meegekregen van het verhuurbedrijf. Goedgekeurd in januari 2017, volgens de raamsticker op de auto. Thuis in Utrecht heb ik sinds een maand geen eigen auto meer voor de deur staan. Ik was klaar met de reeks reparatiekosten waarmee ik en mijn Peugeot 807 de afgelopen jaren werden geconfronteerd en nodig waren voor een goedgekeurde APK. Eerst naar Kameroen en daarna de blik op een nieuwe auto zo nam ik me voor. In de tussentijd maak ik gebruik van de deelauto’s van Greenwheels. Dat bevalt goed maar toch zal ik voor mij en de familie op zoek gaan naar een eigen auto. En ik weet het zeker, het wordt een Toyota. Niet stuk te krijgen, zeker niet op het Nederlandse asfalt. En mocht het toch misgaan. Dan bel ik Boris 

Door Paul Splinter

Geslaagd werkbezoek Kameroen 2017

Van 3-10 februari bezocht een delegatie vrijwilligers van Stichting Kinderen van Abong Mbang de projecten die we in Oost-Kameroen ondersteunen. Doel van deze jaarlijkse ‘field trip’: het evalueren van de projecten waar het geld het afgelopen jaar aan is besteed en het bespreken aan welke projecten en activiteiten we het komend jaar budget toekennen.

Bepakt met zo’n 250 kilo aan kinderkleding worden we in Abong Mbang warm onthaald door de Poolse zusters Nazariusza en Alice. Met deze zusters werken we al jaren succesvol samen. Zij zijn betrouwbare samenwerkingspartners om de door ons toegekende middelen voor projecten te beheren en te verdelen. De school St Aloys en de gezondheidspost (ook wel dispensaire) in Abong Mbang die we met de stichting ondersteunen, worden door de zusters ‘gerund’ en samen met de lokale bevolking verder doorontwikkeld.

De scholen van Abong Mbang staan tijdens ons verblijf volop in het teken van de Jour de la Jeunesse op 11 februari. Onder bezielende leiding van leraren bereiden leerlingen zich intensief voor op dans-, muziek- en toneelvoorstellingen die zij op de jaarlijkse feestdag gaan opvoeren. Ook wij krijgen hierdoor vele optredens en voorstellingen te zien. Het enthousiasme en plezier is mooi om te zien. Gedurende de week bezoeken we de school en bespreken uitgebreid met de leraren wat goed gaat en wat beter kan, waar behoefte aan is en met welke prioriteit. Om de school en gezondheidspost in breder perspectief te plaatsen bezoeken we ook een middelbare school en een ziekenhuis in Abong Mbang. Later in de week reizen we door naar Djouth, verder oostwaarts, waar we de plaatselijke gezondheidspost ondersteunen evenals vijf kleine Baka-scholen rondom Djouth.

Op bezoek bij de dispensaires
Bij de gezondheidspost in Abong Mbang zien we onder meer een ‘geoliede samenwerking’ tussen staf in de wachtkamer, waar de klachten van patiënten worden opgenomen, de arts in de behandelkamers en de apotheker. Een belangrijke bijdrage hieraan spelen de laptops waarmee zij met elkaar in verbinding staan via een modern patiënt-volgsysteem. Onze bijdrage hieraan werpt zijn vruchten af.  In schril contrast met de dispensaire staat het (staats)ziekenhuis van Abong Mbang waar we een rondleiding krijgen van de directeur. De gebouwen ogen goed maar basale voorzieningen als elektriciteit en stromend water ontbreken, waardoor goed functioneren van het ziekenhuis nagenoeg onmogelijk is. We zien er dan ook nauwelijks patiënten in tegenstelling tot de dispensaire, waar de wachtkamer vol zit. De directeur spreekt vol lof over de gezondheidspost. Het bevestigt het nut van onze steun aan het werk van het dispensaire. Toch blijft in algemene zin de drempel om naar een dokter te gaan – vanwege de kosten – voor veel mensen hoog. Het voortzetten van onze financiële bijdrage aan medicijnen voor de allerarmsten is voor ons dan ook prioriteit.

Bij de gezondheidspost in Djouth worden we rondgeleid door zuster Donata. De omstandigheden zijn hier duidelijk moeilijker dan in Abong Mbang. In Djouth is er geen betrouwbare elektriciteit, geen internet en geen stromend water. Ondanks de beperkte middelen, blijkt deze dispensaire een van de beste gezondheidsposten te zijn in de wijde omgeving. Er is een kraamkliniek en voor een grote groep mensen uit de omgeving levert Donata basisgezondheidszorg, namelijk jaarlijks zo’n 3.000 consulten. De administratieve handelingen en bureaucratie zijn echter enorm en zorgen voor frustratie. Prioriteit in onze bijdrage zijn duidelijk: we hopen een bijdrage te kunnen leveren aan de aanleg van elektriciteit, stromend water in de verloskamer en de aankoop van een brancard-motor voor bezoeken aan patiënten in de omgeving.

Op bezoek bij de scholen
Door de voorbereidingen op de Jour de la Jeunesse zien we dit jaar op de scholen niet veel lessen die we kunnen bijwonen.  Op school St Aloys in Abong Mbang spreken we wel uitgebreid met het hoofd van de school en de gedreven leerkrachten. Ook leiden zij ons rond en laten ons zien hoe de lesweek en de onderwijsplanning eruit ziet. We zien onder meer de werkschriften van de leerlingen die met onze bijdrage worden gefinancierd en een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van leren. Ook hier valt op hoeveel de leerkrachten moeten administreren.

Een van de prioriteiten hier is de restauratie van het dak van de lerarenwoningen (naast de school) en het investeren in zonnepanelen tbv elektriciteit voor de laptops en beamer in de bibliotheek van de school.

Ook brengen we een nuttig bezoek aan een middelbare school waar we uitgebreid worden rondgeleid en een aantal lessen zien. In het informaticalokaal zien we dat er voor een hele klas slechts vier computers beschikbaar zijn en concluderen we met de docent dat laptops uit Nederland hier van harte welkom zijn.

Rond Djouth bezoeken we later die week de vijf schooltjes voor met name Baka-kinderen die we met de stichting ondersteunen. De omstandigheden zijn primitiever dan in Abong Mbang. In een bijeenkomst met leerkrachten en ouders laten zij weten enorm blij te zijn met de kans die hun kinderen hebben om dichtbij huis onderwijs te volgen. Met veel waardering luisteren we ook naar de leraren die vertellen over hun lesmethode waarmee de kinderen op een speelse en afwisselende manier leren lezen, schrijven en rekenen. Geconcentreerd werken in lessen wordt afgewisseld met korte gestructureerde momenten van zingen, dansen en bewegen in de klas. Deze zogenaamde ORA-methode is inmiddels overgenomen door de St Aloys school in Abong Mbang. Het overgrote deel van de 250 kilo kleding die we hebben meegenomen verdelen we over de vijf scholen in de Baka-dorpen. Hier komt de verzamelde kinderkleding het beste op zijn plek.

Het was een boeiende en leerzame week die ons opnieuw heeft geïnspireerd om te blijven bijdragen aan projecten die het perspectief voor kinderen en hun families in Oost-Kameroen helpen te verbeteren.

Zonnepanelen Basisschool St. Aloys in Abong Mbang

Tijdens het werkbezoek aan Kameroen in februari dit jaar hebben we met het docententeam besproken voor welke activiteiten op school zij elektriciteit nodig hebben. Gebruik makend van enkele tips van Merijn de Priester van Zondermeer projecten, hebben we nu de elektriciteitsbehoefte goed in beeld gebracht. Merijn is gespecialiseerd in zonne-energie.
Ook heeft een plaatselijke leverancier/installateur van zonnepanelen een raming gemaakt van de kosten voor panelen, accu’s en installatie. Daaruit blijkt dat de totale kosten ca € 11.500 bedragen. Deze begroting valt helaas flink hoger uit dan de eerste inschattingen. Het heeft vooral te maken met de betere kwaliteit van de materialen waar we van uitgaan.
We zijn in gesprek met een fonds en benaderen bedrijven. Met bijdragen van hen en het bedrag dat we tot nu toe met hebben ingezameld via de fietstocht ‘Rondje IJsselmeer’  en door acties van Basisschool De Regenboog in De Bilt, hopen we in de loop van dit kalenderjaar voldoende financiën bijeen te hebben.
Heel goed nieuws is dat Willem Boiten ook in september 2017 de 2e editie van de Abong Mbang – fietstocht organiseert. Willem heeft al een aantal fiets-fanaten gevonden om ook dit jaar voor het goede doel te fietsen.
Wil je op de hoogte blijven van deze nieuwe fietstocht? Of weet je al zeker dat je dit keer wilt meefietsen? Stuur een mail naar info@kinderenvanabongmbang.nl en we houden je op de hoogte.

Blog: Anders in Kameroen

Onder de warme middagzon zet ik mijn eerste stappen op de rode grond van Abong Mbang. Als laatste stap ik uit het busje waarmee we van hoofdstad Yaounde naar Oost-Kameroen zijn gereisd. Eindelijk aangekomen in het stadje waar we de komende week zullen bivakkeren om de school en de gezondheidspost te bezoeken die we met onze stichting ondersteunen. Nieuwsgierig, maar ook met een wat gespannen gevoel dat ik niet herken. De afgelopen uren heb ik vanuit het busje de landschappen en het leven langs de weg gade geslagen. Comfortabel, met het raam als schild naar het leven op straat dat aan ons voorbij schiet. Onderweg zo nu en dan blikken die onze bus nakijken maar door de snelheid weer vlot uit het zicht zijn verdwenen. Nu sta ik met beide voeten middenin Afrika. In de levendige hoofdstraat van Abong Mbang. De aankomst van ons busje blijft niet onopgemerkt als deze parkeert voor de plaatselijke bank. Mijn veelal ervaren medereizigers verlaten de bus, om geld te wisselen en water te halen. Ik ben uitgestapt maar blijf in de buurt van de bus en chauffeur George. Het lijkt of alle ogen uit de straat op ons zijn gericht. Een paar mannen die de bus passeren hoor ik ‘les blancs’ roepen. De drempel om mijn medereizigers te volgen naar de winkeltjes in de hoofdstraat is mij te hoog. Voor het eerst van mijn leven ervaar ik aan den lijve hoe het voelt om een vreemdeling te zijn. Ik voel mij anders in Afrika. Een wat beklemmend gevoel. Veilig leunend tegen het busje neem ik de straatrituelen waar. Hangende jongens bij de benzinepomp wachtend op een nieuwe klant. Heen en weer rijdende taxibrommers. Een verkoper met een mand vol kuikens. Mannen en vrouwen handelend in allerlei waar. Een man die zijn etenswaar bereidt langs de weg, om te slijten aan de hongerige voorbijganger. Kleurrijke kraampjes en winkeltjes aan beide zijden van de hoofdstraat. Achter de winkels een markthal zonder dak maar vol bedrijvigheid. Mijn zintuigen sleurpen het straatbeeld op. Voor mijn gevoel wordt mijn rondkijkende blik aan alle kanten beantwoord door ogen die mij aanstaren. De werkelijkheid was mogelijk anders.

Na een kwartier stappen we weer in de bus. Op weg naar het klooster van de Poolse zusters waar we verblijven. Het voelt er als een welkome oase waar ik even kan bijkomen van mijn eerste confrontatie als blanke vreemdeling tussen de zwarte Kameroeners. Vriend en journalist Bram Vermeulen schreef over zijn jaren als correspondent in Zuid-Afrika een boek met de titel ‘Help, ik ben blank geworden’. Ik moest er direct aan denken toen ik mijn ervaring probeerde te plaatsen. Ik werd gezien als anders. Behorend bij een andere groep. Een in de ogen van de lokale bevolking blanke, en dus rijke, westerling. En natuurlijk is dat zo. Maar tegelijkertijd wil je niet zo worden bekeken en worden gezien als individu in plaats van een vertegenwoordiger van die andere groep. Mijn eerste ervaring met Abong Mbang was hiermee confronterend en heftiger dan ik van tevoren had verwacht. Maar ook leerzaam en verrijkend omdat je ervaart hoe het is om door je andere huidskleur op te vallen en vreemdeling te zijn. Al is het maar even, en bovendien in de wetenschap dat je een week later weer terug bent in je eigen comfortabele omgeving. Voor vreemdelingen elders in de wereld is dat meestal niet het geval.

In de rest van de week slaagde ik erin me los te rukken van het busje en begaf me met plezier tussen de mensen en kinderen van Abong Mbang. Ik zal altijd als anders worden gezien in Afrika. En ik kom er ongetwijfeld terug. Maar die eerste confrontatie met anders zijn zal ik niet vergeten. Gelukkig maar.

Paul Splinter

 

Lees meer over Pauls ervaringen:

 

Blog: Geluiden uit Kameroen

Wakker worden van zingende vogels in de stilte van de ochtend. Vijf over zes zegt mijn telefoon die me vergezelt onder mijn klamboe. Buiten hoor ik meer geluid. Een emmer water die wordt geleegd vermoed ik. Op de vroege ochtend is er activiteit rond de gebouwen van het klooster waar ik verblijf. Ik schuif het gordijn opzij en kijk door de gaatjes van de hor voor mijn raam de tuin in. Een man klimt de ladder van de watertoren op, twee waterreservoirs bovenop een houten bouwwerk van zo’n zes meter hoog. Hij tilt de deksels van de reservoirs op, kijkt erin en komt weer naar beneden. Hij lijkt op inspectie te zijn geweest.

Om vijf voor zeven klinken de kloosterklokken. Het gebed roept vermoed ik. Verderop kraait een haan. Hoe anders klinken de geluiden van de ochtend dan het geluid van de avond ervoor. In plaats van de rust en regelmaat van de ochtendgeluiden  klonken de geluiden van de avond naar euforie en uitbundigheid. En niet voor niets. Kameroen won de Africacup! Tot diep in de nacht steeg uit de verte een zoemend geluid van vreugde op uit het lager gelegen dorp Abong Mbang. Een cocktail van geluid van toeterende auto’s, gezang, gejuich en getrommel op potten en pannen. De finale van de Africacup keek ik eerder die avond op afstand van het feestgedruis in de huiskamer van het klooster. In het bijzijn van mijn Nederlandse reisgezellen, een Poolse en een Kameroense zuster. Na de maaltijd werden de deuren van de grote houten kast geopend en de televisie verscheen. Een bijzondere blik op de finale tussen Kameroen en Egypte. Zonder bier maar met Fanta. Na de snelle 1-0 van de Egyptenaren waren het de ‘ontembare leeuwen’ die de wedstrijd domineerden, zonder overigens te imponeren. Slordigheid troef op het moeilijke veld. De tweede helft beloofde beterschap en na de 1-1 door een doeltreffende kopbal smaakte het naar meer. Er had maar een team recht op de overwinning maar misschien was mijn blik gekleurd in deze atmosfeer. Een paar minuten voor tijd viel de fraaie en bevrijdende 2-1. Zuster Simeone sprong juichend door de kamer. Buiten steeg een indrukwekkend gejoel en getoeter op.   Op de veranda bleven wij nagenieten van het feestgedruis dat opklonk uit de verte. Met whiskey, bier en nootjes vierden wij het geluk van Kameroen op afstand mee.

Inmiddels hoor ik ook weer gezang in de verte. Nu van zingende nonnen. In het dorp is het vast stiller dan op een gewone maandagmorgen. De voetbalminnende Kameroenezen slapen hun roes uit. Straks gaan we daar maar eens poolshoogte nemen.

 

Door Paul Splinter

Autoclaven in gebruik genomen

In het voorjaar van 2015 hebben we 2 goed werkende autoclaves gekregen. Een autoclave is een apparaat om medische instrumenten te kunnen steriliseren. In de zomer van dat jaar zijn de twee apparaten naar Abong Mbang en Djouth gebracht en daar inmiddels volop in gebruik. De medewerkers bij de gezondheidsposten zijn er erg blij mee. Ze kunnen nu beter zorg verlenen aan de inwoners van Abong Mbang en Djouth.